 

#  Opinie: Gebruik van moedertaal op school is een sereen debat waard 

 

 

 

 



 

Studenten UCLL

Moedertaal op school

 

 “Het verbieden van de moedertaal op school werkt contraproductief volgens het Gemeenschapsonderwijs”

Zou het niet fantastisch zijn als leerlingen die afstuderen uit het Nederlandstalige onderwijs in ons land het Standaardnederlands feilloos konden inzetten en zich bovendien op hun gemak voelden in minstens twee andere talen?

Hoewel ons onderwijs deze nobele doelstelling nastreeft sinds de Europese top van Barcelona in 2002, kunnen we bezwaarlijk beweren dat we dit doel succesvol bereikt hebben. Enerzijds hebben jongeren die het geluk kennen twee-, drie- of meertalig zijn, dit meestal te danken aan buitenlandse roots en niet aan een succesvol schools talenonderwijs. Anderzijds betekent het Standaardnederlands nog al te vaak een struikelblok voor veel leerlingen.

Dat onze onderwijsverstrekkers pogingen ondernemen om het tij te keren, is niet enkel wenselijk, het is ook broodnodig. Het Gemeenschapsonderwijs steekt als eerste onderwijskoepel zijn nek uit met een visietekst over meertalig onderwijs en de stelling dat het verbieden van de moedertaal op school contraproductief werkt. Er is immers (recent) wetenschappelijk onderzoek voorhanden om zulks te onderschrijven. De visie was nauwelijks verkondigd of het halve land ging op zijn achterste poten staan. Taalkwesties treffen in Vlaanderen nu eenmaal een (zeer!) gevoelige plek.

De paradox van meertaligheid wordt hierdoor weer eens pijnlijk duidelijk: meertaligheid is een troef zolang het gaat over de kennis van moderne vreemde talen. Ze wordt echter als een probleem gezien wanneer we spreken over de thuistaal van anderstalige leerlingen.

De publieke verontwaardiging over de tolerantie van thuistalen gaat terug op velerlei bezorgdheden: wat als leerlingen (of hun ouders) het gebruik van de thuistaal op de speelplaats of in de klas als een recht zullen afdwingen? Of als gettovorming op school erdoor zal gestimuleerd worden, een negatieve houding tegenover het Nederlands en een mislukte socio-economische integratie van anderstaligen ervan het gevolg zullen zijn?

Dat zou wel heel jammer zijn, aangezien de visie van het Gemeenschapsonderwijs net tot stand kwam vanuit de bekommernis om de beheersing van het Standaardnederlands te verbeteren en zo de leer- en werkkansen van jongeren te verhogen.

Wie ervaring heeft met meertalig onderwijs, weet dat de meeste scholen er vandaag een open talenpolitiek op na houden; het tijdperk van ‘Hier spreekt men (enkel) Nederlands!’ ligt achter ons. Scholen werken met andere woorden reeds in de geest van de nieuwe visietekst, vanuit de overtuiging dat kinderen en jongeren zich beter in hun vel voelen wanneer ze positief benaderd worden in alle facetten van hun identiteit, zonder repressies of sancties tegenover het gebruik van hun moedertaal. Wie zich gewaardeerd en gerespecteerd voelt, kan op zijn beurt respect opbrengen en zich zowel op school als in de maatschappij maximaal ontplooien.

Men kan zich bij gevolg afvragen waarom het Gemeenschapsonderwijs zo nodig de gemoederen moest verhitten met de publicatie van zijn visietekst; zonder er ruchtbaarheid aan te geven, hadden de scholen immers vredig kunnen verder werken zoals ze bezig waren. De beslissing van het Gemeenschapsonderwijs om met open vizier de discussie aan te gaan en de polemiek te trotseren, is een moedig besluit. Om te vermijden dat de goed bedoelde visie ontaardt in een welles-nietes-spel, is het onontbeerlijk om leerkrachten en directies goed in te lichten zodat ze met kennis van zaken flexibele beslissingen kunnen nemen in functie van hun doelpubliek en context.

Liesbeth Martens  
Lerarenopleiding hogeschool UCLL



 

 

 

 

 

 

 

 Contact: <chris.berthels@ucll.be>

 Last updated: 29/04/2024 - 14:51 

 

  Kopieer link pagina